Wel een vader, geen belasting?

Kinderen kunnen in Nederland vast laten stellen of iemand hun biologische vader is. Dat kan door een zogenaamde ‘gerechtelijke vaststelling vaderschap’ in gevallen waarin de verwekker al is overleden of weigert een kind te erkennen.

Als het vaderschap door de rechter wordt vastgesteld, wordt het kind – afhankelijk van het testament – soms ook erfgenaam in de nalatenschap van de overleden vader. De erfdelen van de andere kinderen zullen daardoor kleiner worden.

Recent speelde er een dergelijk geval. De andere kinderen van de overledene hoorden tot hun schrik dat er nog een extra kind bleek te zijn, en dat er een succesvolle actie vaststelling vaderschap had plaatsgevonden. Zij vorderden bij de inspecteur van de Belastingdienst dat hun aanslag erfbelasting zou worden verminderd. Het kind die het vaderschap had laten vaststellen was het daar niet mee eens, omdat er inmiddels vijf jaar was verstreken sinds het overlijden van de vader.

De rechter was het niet met het kind eens en legde hem alsnog een navorderingsaanslag voor de erfbelasting op.

Wilt u meer weten over een testament bij erfrechtelijke aanspraken door niet erkende kinderen, neem dan gerust contact op met ons kantoor.

 

 

Bron: Rb. Noord-Holland 14 november 2019, nr. HAA 17/2675, ECLI:NL:RBNHO:2019:9371, hoger beroep.

Kleine ondernemersregeling niet altijd aantrekkelijk

Dit jaar zijn de regels voor ondernemers met een relatief kleine omzet veranderd. De kleine ondernemersregeling (KOR) van voor de jaarwisseling heet nu omzetgerelateerde vrijstelling omzetbelasting (OVOB).

Wel of niet profiteren van deze regeling hangt af van verschillende afwegingen die u als ondernemer moet maken. De grens om deel te kunnen nemen aan de regeling ligt op een omzet van niet meer dan € 20.000 per jaar. Als u besluit deel te nemen, geldt die deelname voor minimaal drie jaar. Het gaat er dan wel om of u over die jaren een stabiele lage omzet verwacht. U krijgt dan een vrijstelling van btw- en aanverwante administratieve verplichtingen. Zo hoeft u geen btw-aangifte meer te doen, maar u kunt dan ook geen btw meer factureren of terugvragen. Echter, als de omzet niet zo stabiel laag blijkt te zijn en u meer omzet draait van € 20.000, moet u die verhoogde omzet door geven aan de Belastingdienst . Uw deelname aan de OVOB wordt dan direct stopgezet. Vervolgens kunt u drie jaar niet meer deelnemen aan de regeling.

Een tweede belangrijk punt is of u zonder de regeling jaarlijks btw moet betalen of juist terugkrijgt. Als u moet betalen is de regeling wel interessant. Dat is niet meer zo als u btw terugkrijgt, dat geldt ook als u veel investeringen doet.
Ook een punt van afweging is of u veel zaken doet met particulieren. Dat zijn klanten die geen btw kunnen terugvragen. Dan is de regeling wel weer interessant voor u als ondernemer. U hoeft dan immers ook geen btw meer te factureren zodat de prijs voor particulieren lager wordt.

Wilt u meer weten over de nieuwe regeling voor kleine ondernemers? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: Taxnl/De online accountant.

Wijziging partneralimentatie

Op 1 januari 2020 is de Wet herziening partneralimentatie in werking getreden. Volgens de wet bedraagt de nieuwe duur van de partneralimentatie de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaar. Dit betekent dat wanneer iemand acht jaar gehuwd is geweest, de alimentatieverplichting normaal gesproken vier jaar zal duren. De rechter kan een langere termijn bepalen, maar niet langer dan vijf jaar.

Op deze nieuwe hoofdregel zijn twee uitzonderingen gemaakt, namelijk in het geval van een langdurig huwelijk en in het geval van een huwelijk met kinderen, die nog geen twaalf jaar zijn.
Bij huwelijken die langer dan vijftien jaar hebben geduurd en waarbij de leeftijd van de alimentatiegerechtigde partner ten hoogste tien jaar lager is dan de AOW-leeftijd, bedraagt de duur van de partneralimentatie maximaal tien jaar. Bovendien is voorgesteld dat de alimentatieplicht eindigt op het moment dat de onderhoudsplichtige ex-echtgenoot de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.
In het geval van een huwelijk waaruit kinderen zijn geboren die nog geen twaalf jaar zijn eindigt de partneralimentatie niet eerder dan op het tijdstip waarop het jongste kind van de echtgenoten de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt.
Voor alimentatiegerechtigden van vijftig jaar en ouder geldt een overgangsregeling indien het huwelijk ten minste vijftien jaar heeft geduurd op het moment van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Alimentatiegerechtigden die op of voor 1 januari 1970 zijn geboren, maken aanspraak op maximaal tien jaar partneralimentatie.
Wanneer meerdere uitzonderingen van toepassing zijn, dan geldt de uitzondering die de langste alimentatieperiode oplevert.

De nieuwe regels zijn van toepassing per 1 januari 2020. Voor verzoekschriften die zijn ingediend voor 1 januari 2020 geldt de oude wet met als uitgangspunt maximaal twaalf jaar partneralimentatie.

Bron: JBN 2019(12) 54, 3 december 2019.

Vrijstellingen erf- en schenkbelasting 2020

Ontvangt u een erfenis of schenking, dan moet u doorgaans aangifte doen in verband met de erf- of schenkbelasting. Blijft de schenking of erfenis onder de vrijstelling, dan hoeft u geen erf- of schenkbelasting af te dragen.

In Nederland worden de vrijstellingen elk kalenderjaar aangepast en voor 2020 gelden de volgende bedragen:

Vrijstellingen erfbelasting:
De partner: € 661.328
Een (klein)kind: € 20.946
Een ouder € 49.603
De vrijstelling voor partners is overigens niet altijd € 661.328. De waarde van een pensioen voor de overblijvende partner wordt in mindering gebracht op de vrijstelling, dit noemt men de pensioenimputatie.

Vrijstellingen schenkbelasting:
Jaarlijks aan een kind: € 5.515
Eenmalig aan een kind tussen 18-40 jaar: € 26.457
Eigenwoningschenking: € 103.643
Jaarlijks aan alle andere personen: € 2.208
Goede doelen (met ANBI-registratie) zijn geheel vrijgesteld van erf- en schenkbelasting.

Bent u van plan om in 2020 te gaan schenken of wilt u meer weten over erfbelasting. Bel dan gerust voor een oriënterend gesprek op ons kantoor.

Bron: Successiewet 1956, art. 32 en 33.

Risico’s verkoop onroerend goed

Wie als ondernemer vanuit privé onroerend goed aan de eigen bv verkoopt, moet zich bewust zijn van de fiscale risico’s. De kwalificatie winstuitdeling loert om de hoek.

De fiscus kijkt bij dergelijke transacties mee naar de verkoopsom in relatie tot de werkelijke waarde. De conclusie dat beide (te) veel van elkaar afwijken leidt er dan toe dat de fiscus het verschil aanmerkt als winstuitdeling. Dat is dan een tegenvaller voor de ondernemer in privé. Die zal over dat verschil inkomstenbelasting – aanmerkelijkbelangheffing – moeten betalen. Bovendien kan hij of zij in dat geval ook nog een vergrijpboete tegemoet zien. Die boete kan oplopen tot wel 50%.

Van winstuitdeling is sprake bij vermogensverschuiving van de bv naar de aandeelhouder, met als gevolg verarming van de vennootschap. Bij verschil van inzicht moet voor de rechter wel worden aangetoond dat de vennootschap en aandeelhouder zich daarvan bewust zijn. Een andere overweging is of ten tijde van de verkoop aannemelijk zou zijn dat het onroerend goed ook op de vrije markt hetzelfde hoge bedrag zou hebben opgeleverd.

Wilt u meer weten van het overdragen van onroerend goed vanuit privé naar uw vennootschap? Bel ons voor het maken van een afspraak op 0182-642000 of mail ons op info@notarissenwaddinxveen.nl.

Bron: Sdu OpMaat 28-10-19, 2019/0245, ECLI:NL:GHDHA:2019:2542.

1 2