Belastingplan 2019 – aangifte erfbelasting binnen 8 maanden

Op Prinsjesdag is onder andere het Belastingplan 2019 gepresenteerd. Voor de erfbelasting is een al eerder aangekondigde maatregel voorgesteld. De maatregel betreft het rekenen van belastingrente bij het niet tijdig indienen van de aangifte voor erfbelasting na een overlijden.
Voor overlijdens in 2017 en 2018 is het nu zo dat tijdelijk geen belastingrente betaald hoeft te worden bij vertraging in de aangifte.

Voor overlijdens vanaf 1 januari 2019 is nu voorgesteld dat executeurs of erfgenamen binnen acht maanden na het overlijden de aangifte voor erfbelasting ingediend moeten hebben of een voorlopige aanslag moeten hebben gevraagd. Er hoeft dan geen belastingrente betaald te worden als de aanslag daarna conform de aangifte wordt opgelegd.

Bent u nieuwsgierig naar de tarieven voor erfbelasting kijk dan eens op de site van de belastingdienst: https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/erfbelasting/content/h…

Wilt u meer weten of hulp bij het doen van de aangifte erfbelasting neem dan gerust contact op met ons kantoor.

Bron: Notamail 19 september 2018, nummer 220.

Dertig-dagen-clausule

Echtparen of samenwoners zonder kinderen willen elkaar vaak tot enig erfgenaam benoemen. Maar stel dat zij een auto-ongeluk krijgen en de man op slag dood is en zijn vriendin veertien dagen later overlijdt, dan vererft eerst het vermogen van de man naar de vriendin en vervolgens, als zij komt te overlijden, naar bijvoorbeeld de familie van de vriendin.

Los van het feit dat de meeste mensen het zuur vinden als de gehele erfenis naar de schoonfamilie verdwijnt, is het ook de vraag of de vriendin erfbelasting moet betalen.

Sinds 1 januari 2010 staat er een dertig-dagen-clausule in de Successiewet. Deze clausule regelt dat de erfbelasting van een erfgenaam wordt verminderd tot nihil als hij zelf ook binnen dertig dagen overlijdt. Hiermee wordt dubbele heffing van erfbelasting, kort achter elkaar over hetzelfde vermogen, voorkomen.

Deze fiscale clausule regelt echter niet wie er moet erven als u en uw partner kort na elkaar komen te overlijden. Wilt u bijvoorbeeld dat in dat geval een bijvoorbeeld een goed doel erft dan zult u zelf een clausule in uw testament moeten opnemen.

U kunt bij testament bepalen dat u elkaars erfgenaam bent, onder de ontbindende voorwaarde dat uw partner binnen dertig dagen na u overlijdt. Dat betekent dat de benoeming van uw partner tot erfgenaam vervalt als hij of zij binnen dertig dagen na u overlijdt. U benoemt dan het goede doel (onder opschortende voorwaarde) tot opvolgend erfgenaam.

Wilt u meer weten over dertig-dagen-clausule? Wij maken de clausule graag voor u op maat!

Bron: Successiewet 1956, artikel 53 lid 4.

Aanpassing hypotheekgarantie per 2019

De bovengrens van aankoopprijzen van huizen voor hypotheekgarantie gaat per 1 januari 2019 flink omhoog. Dit jaar nog komt u in aanmerking voor de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) als u een huis koopt dat maximaal € 265.000 kost. Als u in 2019 een huis koopt wordt die grens waarschijnlijk opgetrokken tot € 290.000. Als u daarbovenop nog energiebesparende maatregelen treft, gaat de bovengrens nog verder omhoog, tot boven de drie ton.

De kostengrens 2019 wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde koopprijs in de maanden juni, juli en augustus van 2018. In juni was die al meer dan € 289.000, in juli werd de grens van € 290.000 gepasseerd.

Met de Nationale Hypotheekgarantie zijn mensen die vanwege hun inkomen en vermogen moeilijk een eigen huis kunnen kopen, toch nog in staat om een eigen huis te kopen. Zij betalen dan een eenmalige premie, in ruil waarvoor de verzekeraar achter NHG bij wanbetaling de hypotheekschuld overneemt. Vanwege deze zekerheid bieden banken op NHG-leningen een lagere rente dan gebuikelijk.

Hypotheekleningen met hypotheekgarantie zijn mogelijk tot maximaal 100% van de koopprijs van woningen, zolang die maar binnen de bovengrens blijft. Als er energiebesparende maatregelen worden getroffen, zijn leningen tot maximaal 106% van de koopsom mogelijk.

Bron: Vastgoedactueel 30/08/2018.

Als bedoeling van partijen afwijkt van statuten bv

Notarissen en Kamers van Koophandel zien dagelijks voorbeelden voorbij komen waarin twee bv’s bestuurder en aandeelhouder zijn in een dochter-bv. Als een van de aandeelhouders-bv’s haar aandelen wil gaan overdragen aan een derde, is het de vraag of die aandelen eerst aan de collega-aandeelhouder moeten worden aangeboden of zonder aanbieding direct aan een derde kunnen worden overgedragen.

Soms wordt in de statuten van de dochter-bv verwezen naar de SER-Fusiegedragsregels. Die bevatten regels voor overdracht van zeggenschap over een rechtspersoon. Daarin wordt echter uitgegaan van zeggenschap van meer dan 50%. Bij een aandeelhoudersbelang van 50% of minder kan zeggenschap alleen voortvloeien uit aanvullende statutaire en/of contractuele rechten. Als verder uit de statuten blijkt dat een aanbiedingsplicht alleen geldt als de overdragende aandeelhouder meer dan 50% van de aandelen bezit, dan is er bij een 50/50-verhouding geen sprake van een aanbiedingsplicht.

Zelfs dan kan het echter anders uitpakken. Dat bleek onlangs in een dergelijke zaak, waarin de rechter vond dat de tekst in de statuten de bedoeling van partijen niet goed zou weergeven. Er had in die zaak doorslaggevende betekenis moeten worden toegekend aan andere omstandigheden dan de tekst van de bepaling. Het ging erom dat de kandidaat-notaris bij het maken van de statuten was uitgegaan van een aanbiedingsplicht als de zeggenschap in de aandeelhouders-bv zou worden overgedragen aan een derde. Deze positie van de kandidaat-notaris bleek ook uit de overlegde stukken, evenals destijds de wens van de andere aandeelhouders-bv om de aanbiedingsplicht op die manier te regelen.
De rechter kwam tot de conclusie dat beide aandeelhouder-bv’s met de statuten hebben bedoeld dat als de ene aandeelhouders-bv zijn aandelen aan een derde zou willen verkopen, deze eerst moeten worden aangeboden aan de andere aandeelhouders-bv.

Wilt u meer weten over het overdragen van aandelen of het redigeren van de aanbiedingsplicht in statuten? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: Opmaat 29/8/18 2018/0203 ECLI:NL:RBMNE:2018:4022.

Tijdig voorbereiden op btw-verhoging 2019

Met ingang van 1 januari 2019 gaan alle ondernemers die nu nog onder het 6% btw-tarief vallen, 9% btw betalen. Die verhoging wordt opgenomen in het Belastingplan dat op komende Prinsjesdag aan het parlement wordt aangeboden. Dat vraagt om tijdige voorbereiding door de betreffende ondernemers.

Het belang van een tijdige voorbereiding wordt ingegeven door de invloed die de verhoging heeft op de administratie van bedrijven, op de prijzen van hun goederen en diensten en op de facturering en de btw-aangifte.
Het verhoogde tarief geldt voor betalingen vanaf 1 januari 2019. Als een klant in 2018 betaalt voor goederen of diensten die in 2019 plaatsvinden, dan geldt nog het 6%-tarief. Ondernemers moeten echter in offertes die in 2018 worden opgemaakt voor het leveren van goederen of diensten, in 2019 het 9% btw-tarief hanteren.

Wilt u meer weten over rechtsvormen en bijbehorende belastingverplichtingen? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: Taxlive 27 augustus 2018

1 2 3 4 5 20